De Kruisbergh (Cornelis Thymenszoon Padbrué)

From ChoralWiki
Revision as of 03:41, 15 October 2019 by Bcjohnston523 (talk | contribs) (Text replacement - "Published(.*)\b" to "Pub|1$1")
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Jump to: navigation, search

Music files

L E G E N D Disclaimer How to download
ICON SOURCE
Icon_pdf.gif Pdf
Icon_snd.gif Midi
MusicXML.png MusicXML
Finale_2014_icon.png Finale 2014
File details.gif File details
Question.gif Help
  • (Posted 2017-07-27)   CPDL #45693:        (Finale 2014)
Editor: Wim Looyestijn (submitted 2017-07-27).   Score information: A4, 28 pages, 469 kB   Copyright: CPDL
Edition notes: MusicXML source file is in compressed .mxl format.

General Information

Title: De Kruisbergh
Composer: Cornelis Thymenszoon Padbrué
Lyricist:

Number of voices: 4vv   Voicing: SATB
Genre: SacredMotet

Language: Dutch
Instruments: A cappella

First published: 1640

Description: This composition consists of ten motets, which are regarded as spiritual madrigals, set on a text by Joost van den Vondel (1587-1679).

External websites:

Original text and translations

Dutch.png Dutch text

De schoonste roode roosen groeien
Op geenen Grieckschen Bergh, o neen,
Maer op den Kruisbergh, hard van steen,
Daer Jesus hoofdquetsuuren vloeien
Van heiligh, van onnosel bloed,
Geronnen tot een' roosenhoed;

Wiens blaen vol geurs geduurigh bloeien
Door den gevlochten doornekrans,
Waer van de Goddelijcke glans
Beschaduwt word en overwassen.

De roosedruppels strecken schoon
Robijnen aen de doornekroon.
De roosevlaegh verdrenckt met plassen
De lelibloem van 't aengesicht,
Waer uit de sonne schept haer licht;
De Sonne, die met bevend' assen
Te rugge rijd, beswijmt en sterft,
Nu 't roosebloed Gods leli verft;
De Leli die het hooft laet hangen,
En geeft den allerlesten sucht,
En vult met roosengeur de lucht.

De Christe bijen met verlangen
Sich spoeden naer dien roosengaerd,
Soo ras het licht de lucht verklaert,
En swarmen om de roosewangen
Van 's levens bloem en lentespruit,
En suigen soeten honigh uit
De gal en gift en bitterheden
En alssem van het doornebosch.
Uit leliwit en roosenblos
d'Aerts-Englen mann' met necter kneden,
En hemels suicker en ambroos.

De dagh en teelt geen uchtendroos,
Soo dickmael hy komt aengereden),
Die soo de flaeuwe ziel verquickt,
En 't hart, tot wanhoop toe verstickt,
Versterckt, als deze roosegeuren
Van 's levens roosentack en hout,
Met bittre traenen nat bedouwt,
Tot troost van al die eeuwigh treuren.

Hier springt, voor al die dorstigh sijn,
Een bron van roode en witte wijn,
Soo lecker als oit tong kon keuren.
Hier wascht men het bevleckt gemoed
In 's levens kostelijcken vloed,
Vergadert uit vijf suivre sprongen.

Hier levren d'aders purper uit,
Tot pracht der Koningklijcke Bruid,
Wiens lof van David is gesongen
En van den wysen Salomon;
Doense in dees speer en spijckerbron
Bevochtighden hun goude tongen;
Doen David stelde luisterscharp
Op dat geruisch sijn schelle harp,
En Salomon sijn hooge klancken.

O bloed en waterrijcke rots!
O hartebron der wijsheid Gods!
O artzenij voor alle krancken!
Vergun mij oock een' druppel nat;
Bevloey mijn dor en dorstigh blad,
En leerme myn verlosser dancken,
Op d'oevers van dien gulden stroom,
In schaduw van dien rooseboom,
Bedeckt van Cherubinne vleuglen.

Daer rust het afgejaeghde hart,
En vindt'er stilpijn voor sijn smart.
Daer nestlen alle tamme veuglen,
En heffen tegens 't Paradijs
By beurt een' lofzang aen om prijs.
Daer leert de ziel haer lusten teuglen
Met Gods gebit en roosentoom.
S'ontwaeckt 'er uit den ydlen droom
Der ydle weereld, om t'aenschouwen
Den Middelaer van 't nieuw verbond.
Sy kust syn' bleecken roosemond.

Men siet 'er onder 't puick der vrouwen
De Christelijcke MAGDALEEN
Haer traenen, suchten en gebeen
God offren met een vast betrouwen,
Dat als een BAECK in 't duister scheen.